Schiphol.nl   •   Contact

Home Resultaten Excellent Visit Value Concurrerende tarieven

Concurrerende tarieven

Om de positie van de mainport te handhaven, is het essentieel dat Amsterdam Airport Schiphol concurrerende tarieven hanteert voor het gebruik van de luchthaven. Het totaal aan havengelden dat in rekening mag worden gebracht, is volledig gereguleerd. Het wordt jaarlijks na een uitgebreide consultatieronde met de luchtvaartmaatschappijen vastgesteld en is onderworpen aan toezicht door de Autoriteit Consument en Markt (ACM). Deze economische regulering vloeit voort uit de Wet luchtvaart. Bij de besluitvorming van Schiphol omtrent investeringen in infrastructuur, (operationele) kosten en tarieven is het uitgangspunt dat de concurrentiepositie van Schiphol wordt versterkt. Hierbij staan de kwaliteit van onze luchthaven en de toegevoegde waarde van onze dienstverlening voor luchtvaartmaatschappijen, afhandelaren en passagiers centraal. Schiphol heeft daarom in de afgelopen jaren gekozen voor een zeer gematigde tariefsontwikkeling en daarmee niet in rekening gebracht wat wordt toegestaan onder de Wet luchtvaart. Dit komt ook tot uitdrukking in de tarieven die zijn vastgesteld voor 2013 en 2014.

Tarieven 2013

Per 1 april 2013 zijn de tarieven met gemiddeld 0,5% verhoogd. Na een uitgebreide consultatie en de vaststelling van de tarieven voor 2013 eind oktober 2012, heeft een aantal luchtvaartmaatschappijen een klacht ingediend bij de ACM om te laten beoordelen of de tarieven en voorwaarden strijdig zijn met wet- en regelgeving. Een bezwaar van KLM had betrekking op een verrekeningsbedrag met betrekking tot het jaar 2011. Als gevolg van het besluit van de ACM heeft Schiphol haar tarieven voor security-activiteiten met 0,6 miljoen euro verlaagd, en dit resulteerde in een bijstelling van de gemiddelde verhoging van 0,6% naar 0,5% per 1 april 2013. Het besluit van ACM over een bezwaar van KLM inzake de aansprakelijkheidsregeling in de standaard leveringsvoorwaarden heeft geleid tot opname van deze regeling in de te consulteren voorwaarden.

Een ander bezwaar dat in 2013 ter beoordeling aan de ACM is voorgelegd, kwam van transavia.com en had betrekking op de toewijzing van opstelplaatsen op de H-pier. Voor deze sobere pier geldt dat de start- en landingsgelden 20% lager liggen dan bij andere pieren met meer faciliteiten. Als gevolg van het besluit van de ACM heeft Schiphol haar allocatieregels aangepast, waardoor alle luchtvaartmaatschappijen in beginsel in aanmerking kunnen komen voor de H-pier. Bij een tekort aan opstelplaatsen aan deze pier zal Schiphol voorrang blijven geven aan de vluchten met de kortste omdraaitijd.

Andere bezwaren van de luchtvaartmaatschappijen op de per 1 april 2013 geldende tarieven en voorwaarden zijn door de ACM afgewezen.

De ACM houdt op verschillende vlakken toezicht op Schiphol. De ACM is in juli een onderzoek gestart dat samenhangt met de commissie Shared Vision en de relatie met KLM.

Constructieve consultatie tarieven 2014

Schiphol heeft bij aanvang van het consultatieproces voor de tarieven 2014, begin 2013, de intentie uitgesproken de tarieven te verhogen met 1%, plus het nog vast te stellen effect van de tijdelijke extra securitymaatregelen voor de screening van Liquids, Aerosols and Gels (LAG’s) en het mogelijke effect van een aanpassing in de verkeers- en vervoersverwachting.

In overleg met de luchtvaartmaatschappijen kan de kostentoename voor de LAG-securitymaatregelen worden beperkt. Ook zijn tijdens de consultatie verdere kostenbesparingen overeengekomen met de luchtvaartmaatschappijen. Verder zijn door Schiphol substantiële kostentargets gesteld om de totale kostenstijging te minimaliseren. In combinatie met de verwachte positieve ontwikkeling van het verkeer en vervoer in 2014 heeft dit geresulteerd in de gemiddelde tariefstijging van 0,4% per 1 april 2014.

Schiphol vertrouwt erop dat met deze beperkte stijging van de tarieven, die significant lager ligt dan het inflatieniveau, haar concurrentiepositie in 2014 verder zal verbeteren. Schiphol kijkt dan ook terug op een zeer constructief consultatieproces met de luchtvaartmaatschappijen. Zij hebben het erg op prijs gesteld dat we een uitgebreide pre-consultatie hebben gehouden en een doorkijk hebben gegeven over meerdere jaren, vooruitlopend op de verwachte aanpassingen in de Wet luchtvaart.

Vliegbelasting van de baan

Bij de onderhandelingen over de rijksbegroting voor 2014 werd in het najaar 2013 duidelijk dat het kabinet overwoog om een vliegbelasting in te voeren. De luchtvaartsector is een groot tegenstander van een dergelijke maatregel vanwege de negatieve effecten voor de sector en de Nederlandse economie.

Op 1 juli 2008 werd in Nederland de vliegbelasting al een keer ingevoerd en een jaar later is die weer afgeschaft. Onafhankelijke rapporten, ook in opdracht van de overheid, hebben laten zien dat invoering van een vliegbelasting forse economische schade oplevert, leidt tot verlies van banen en resulteert in aantasting van het bestemmingennetwerk van Schiphol. Naar verwachting zou herinvoering van de vliegbelasting 10.000 banen kosten.

De ondernemingsraden van KLM, transavia.com, Martinair en Schiphol Group hebben een protestactie georganiseerd in Den Haag. De protesten van de sector hebben ertoe bijgedragen dat de vliegbelasting definitief van de baan is.

Kostenontwikkeling

De Aviation-kosten worden voor bijna 50% bepaald door de kosten van de bestaande luchthaveninfrastructuur. Op het moment dat wij investeren, leggen wij voor meerdere jaren het kostenniveau vast. Zo worden de kosten van onderhoud, de kosten van het dagelijks gebruik en de daarmee samenhangende energiekosten sterk beïnvloed door de keuzes die wij maken. Daarom kijken we in de ontwerpfase nog kritischer naar de total cost of ownership van onze infrastructuur. Het effect op de kostenefficiency van dit beleid is op termijn zichtbaar.

De kostenefficiency is in 2013 ongeveer gelijk gebleven ten opzichte van die in 2012. We drukken die uit in de kosten per Work Load Unit (WLU). Eén WLU is gelijk aan één passagier of 100 kilogram vracht. De kosten per WLU voor Amsterdam Airport Schiphol waren in 2013 10,87 euro (2012: 10,77 euro).


Securitykosten blijven stijgen

De kosten van security blijven stijgen en hebben een belangrijk aandeel in de totale aviation-kosten en de daarmee samenhangende havengelden. De stijging in 2013 is het gevolg van de groei van het aantal passagiers en de grote drukte gedurende de piekmomenten op een dag. Daarnaast is er een effect van nieuwe maatregelen en maatregelen die we gedurende 2012 moesten nemen, zoals bijvoorbeeld de 100%-controle op goederen en lading die nodig zijn voor de luchthavenoperatie. Ook zijn als gevolg van eerdere investeringen in security-apparatuur en andere gerelateerde voorzieningen de afschrijvingskosten toegenomen. De stijging over de afgelopen dertien jaar wordt deels door de groei van de luchhaven verklaard, maar grotendeels door nieuwe en strengere beveiligingsmaatregelen. Schiphol doet al het mogelijke de securitykosten in de hand te houden, maar is hierbij tegelijkertijd erg afhankelijk van externe factoren die vaak een kostenopdrijvend effect hebben. Het is nu de verwachting dat het invoeren van centrale security in het niet-Schengengebied ons in staat zal stellen deze stijging van securitykosten op termijn af te remmen, maar zeker is dit allerminst.


Prijs-kwaliteitverhouding en concurrenten

Schiphol is zich bewust dat ze altijd in directe concurrentie is met andere hubs. Een groot deel van de passagiers kan ook voor een andere luchthaven kiezen in de ons omringende landen. De prijs-kwaliteitverhouding van Schiphol Group steekt de afgelopen jaren gunstig af tegen die van de grootste Europese concurrenten. Wel neemt de kwaliteit van deze concurrerende luchthavens de laatste jaren toe door uitbreiding en nieuwe faciliteiten. Daarnaast stijgt de concurrentie van de luchthavens van Istanbul en Dubai door andere marktomstandigheden in deze regio; luchtvaartmaatschappijen kunnen hier goedkoper opereren terwijl de luchthavens een hoge kwaliteitsbeleving bieden.

Elk jaar voert Stichting Economisch Onderzoek (SEO) in opdracht van het ministerie van Infrastructuur en Milieu een benchmark uit waarbij ze kijkt naar zowel havengelden als overheidsheffingen van Schiphol en haar belangrijkste concurrenten. Hieruit blijkt dat Schiphol Group zeven andere concurrenten heeft die duurder zijn. Tegelijkertijd wordt ook zichtbaar dat het gat met Istanbul en Dubai groot is.