Schiphol.nl   •   Contact

Jaarrekeningen

Home Jaarrekeningen Financiële jaarrekening Toelichting bij de geconsolideerde jaarrekening Toelichting op de geconsolideerde balans Voorwaardelijke vorderingen en verplichtingen

37. Voorwaardelijke vorderingen en verplichtingen

Pensioenregeling

Schiphol Group heeft de pensioenregeling ondergebracht bij het ABP. Op basis van de bepalingen in de pensioenregeling kwalificeert deze als een toegezegd-pensioenregeling. Dit betekent dat Schiphol Group haar proportionele aandeel in de contante waarde van toegekende aanspraken, de fondsbeleggingen en de baten en lasten die voortvloeien uit de regeling dient weer te geven en de bijbehorende informatie dient op te nemen in de toelichting. Schiphol Group beschikt evenwel over onvoldoende informatie om de verwerkingsmethodiek voor toegezegd-pensioenregelingen toe te passen, omdat het ABP niet in staat is de hiervoor benodigde gegevens aan te leveren. Er is geen consistente en betrouwbare basis om de verplichting, fondsbeleggingen en kosten van de regeling van het ABP toe te rekenen aan individuele aangesloten werkgevers die deelnemen aan het plan. Dientengevolge wordt de regeling verwerkt volgens de methodiek voor toegezegde-bijdragenregelingen. Schiphol Group heeft de premie die verschuldigd is aan het ABP als last in de winst- en verliesrekening verantwoord.

Het reglement van het ABP voorziet in geen enkel opzicht in de mogelijkheid tot bijstortingen in en/of onttrekkingen aan het fonds. Het proportionele aandeel van Schiphol Group in overschotten en tekorten zal daardoor uitsluitend kunnen leiden tot wijzigingen in de in de toekomst af te dragen premie. De hoogte van de premie is afhankelijk van de (verwachtingen ten aanzien van de) financiële positie van het pensioenfonds die wordt uitgedrukt in een dekkingsgraad. De dekkingsgraad van ABP bedraagt per 31 december 2013 105,9%.

Convenanten inzake de toekomstige ontwikkeling van Amsterdam Airport Schiphol

De Tafel van Alders is opgericht in december 2006 en is een overlegorgaan onder voorzitterschap van de heer Alders. Het doel is om het kabinet te adviseren over de balans tussen de groei van de luchtvaart op Schiphol, de hinderbeperking en de kwaliteit van de omgeving voor de middellange termijn (tot en met 2020). Aan de Tafel van Alders komen alle betrokken partijen samen: het Rijk (ministerie van Infrastructuur en Milieu), de luchtvaartpartijen (Schiphol Group, LVNL, KLM en de BARIN), een aantal regionale en lokale overheden (de provincies Noord-Holland en Zuid-Holland, de gemeenten Haarlemmermeer, Amstelveen, Uitgeest en Amsterdam verenigd in de Bestuurlijke Regie Schiphol (BRS), vertegenwoordigers van omwonenden van Schiphol via CROS (Commissie Regionaal Overleg luchthaven Schiphol) en VGP (Vereniging Gezamenlijke Platforms). Op 1 oktober 2008 heeft de Tafel van Alders haar advies voor de middellange termijn (tot 2020) aangeboden. Dit advies is nader uitgewerkt in drie convenanten: Omgevingskwaliteit middellange termijn, Hinderbeperking en ontwikkeling Schiphol middellange termijn en Behoud en versterking Mainport functie en netwerkkwaliteit. De uitvoering van de afspraken ligt sinds die tijd bij de betrokken partijen. Tenminste tweemaal per jaar wordt de voortgang hierover besproken aan de Tafel van Alders.

Per 1 november 2010 is gestart met een experiment voor een periode van twee jaar met een nieuw geluidsstelsel voor Schiphol. Het doel van het nieuwe geluidsstelsel is de instandhouding van het netwerk van verbindingen op Schiphol en het gelijkwaardig of beter beschermen van bewoners in de omgeving van Schiphol. Daarbij moet het goed uitlegbaar en niet ingewikkeld zijn. Tijdens het experiment blijft het huidige stelsel met grenswaarden in handhavingspunten van kracht.

In oktober 2013 is een akkoord bereikt aan Tafel van Alders over het nieuwe geluidsstelsel voor Schiphol en op 8 oktober 2013 heeft de heer Alders het advies aan mevrouw Mansveld staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu aangeboden. Het nieuwe geluidsstelsel is gebaseerd op regels voor het baangebruik.

 • Voor het gebruik van start- en landingsbanen is gezamenlijk een voorkeursvolgorde vastgesteld.

• Onder de verschillende weersomstandigheden worden díe banen ingezet die de minste mensen hinderen.

• Er worden zo min mogelijk banen tegelijkertijd ingezet.

Het Aldersadvies van oktober 2013 bevat eveneens de eerste vierjaarlijkse evaluatie van de Aldersafspraken en de verschillende convenanten die daar deel van uit maken.

Convenant Omgevingskwaliteit middellange termijn

De onder dit convenant te maken afspraken betreft gebiedsgerichte projecten (verbetering van de omgevingskwaliteit in een bepaald gebied), individuele maatregelen (verbetering in individuele, schrijnende gevallen van overlast) en generieke afspraken. Schiphol Group heeft voor de eerste tranche (ten laste van het boekjaar 2006) 10 miljoen euro beschikbaar gesteld voor de korte termijn (tot 2010), uitsluitend bestemd voor de financiering van individuele maatregelen voor schrijnende gevallen. Het Rijk en de provincie Noord-Holland hebben ieder eveneens 10 miljoen euro ter beschikking gesteld.

In het Aldersadvies van oktober 2013 is een tweede tranche toegezegd, waarvoor Schiphol Group opnieuw 10 miljoen euro ter beschikking stelt. Gesteld is dat, alvorens tot uitvoering van deze tweede fase over te gaan, partijen zich op grond van ervaringen uit de eerste fase beraden op welke wijze en met welke programma´s de leefbaarheid in de omgeving het meest effectief kan worden bevorderd. De bijdrage van Schiphol zal ook in de tweede tranche primair gericht zijn op schrijnende gevallen, maar bijdragen aan de gebiedsgerichte projecten in de meest gehinderde delen van het binnengebied worden op voorhand niet uitgesloten. In 2014 zal worden uitgewerkt hoe de tweede tranche gestalte krijgt en zal dit worden vastgelegd in een nieuw af te sluiten convenant.

Convenant Hinderbeperking en ontwikkeling Schiphol middellange termijn

In 2008 hebben partijen aan de Alderstafel afgesproken dat het aantal vliegtuigbewegingen op Schiphol tot en met 2020 mag groeien naar jaarlijks 510.000. Om de hinder van het vliegverkeer voor omwonenden te beperken is in het convenant Hinderbeperking en ontwikkeling Schiphol middellange termijn een pakket maatregelen afgesproken dat beoogd de hinder voor de omgeving, gegeven de groei naar 510.000 vliegtuigbewegingen, zoveel mogelijk te beperken.

In 2013 zijn de afspraken uit dit convenant geëvalueerd. Uit de evaluatie blijkt dat in de afgelopen 5 jaar belangrijke stappen hierin zijn gezet. De hinderbeperkende maatregelen leiden ertoe dat het aantal gehinderden in een brede ring rond Schiphol afneemt met zo’n 10%, waarbij het target hiervoor 5% was. Ruim twee derde van de in het convenant afgesproken maatregelen zijn inmiddels uitgevoerd. Nog verdergaande hinderbeperkende maatregelen zijn lastig. Steeds vaker blijken deze maatregelen de hinder slechts te verschuiven naar een ander gebied. Wat wel tot de mogelijkheden behoort, zijn innovaties van start- en landingsprocedures en van de vloot (vliegtuigen die minder geluid produceren). In 2014 zal bekeken worden of innovatie van startprocedures op Schiphol mogelijk is.

Aan de Tafel van Alders van oktober 2012 is het besluit genomen tot alternatieve invulling van de Continous Descent Approach (CDA) afspraken. Onder meer de reductie van nachtbewegingen van 32.000 naar 29.000 in een periode van drie jaar is een van de compenserende maatregelen die zal gelden totdat aan de oorspronkelijke afspraken voldaan kan worden. Alle partijen willen doorgaan met de ontwikkeling en invoer van CDA’s en blijven daarover met elkaar in overleg.

Convenant Behoud en versterking Mainport functie en netwerkkwaliteit

Conform de afspraken aan de Tafel van Alders spannen partijen zich ervoor in dat extra capaciteit op de regionale luchthavens van in totaal circa 70.000 vliegtuigbewegingen gerealiseerd kan worden. Aan de Alderstafels van Eindhoven Airport en Lelystad Airport is resp. in 2010 en in 2012 overeengekomen dat de benodigde capaciteit gecreëerd kan worden (Eindhoven Airport 25.000 vliegtuigbewegingen, Lelystad Airport 45.000 vliegtuigbewegingen).

Schiphol Group heeft in 2013 bekend gemaakt de luchthaven Lelystad Airport te willen ontwikkelen. Ten behoeve van het aanvragen van het luchthavenbesluit is de Notitie Reikwijdte en Detailniveau voor de MER opgesteld. Ook is een aantal stappen genomen in de luchtzijdige inpassing van het vliegverkeer dat voorzien is op Lelystad. Dit zal in 2014 moeten resulteren in een luchthavenbesluit voor Lelystad met een bijbehorend routebesluit. Dit maakt juridisch de verdere ontwikkeling van Lelystad mogelijk.

Watersaneringsplan

Om de kwaliteit van het oppervlaktewater duurzaam te verbeteren, is het Saneringsplan 4 opgesteld voor het terugdringen van de schadelijke effecten van de vloeistoffen die gebruikt worden bij de winteroperatie (glycol t.b.v. vliegtuig de-icing en kaliumformiaat t.b.v. het ijsvrij houden van de landingsbanen). Dit plan bestaat uit een programma van maatregelen en investeringen. Speerpunten binnen het programma zijn bronreductie van de vloeistoffen en het opvegen en opzuigen van vloeistof run-off op taxibanen en VOP’s. Het Saneringsplan 4 is de afgelopen jaren in nauwe afstemming met het Hoogheemraadschap van Rijnland tot stand gekomen. In juni 2013 heeft het Hoogheemraadschap van Rijnland officieel ingestemd met het Saneringsplan 4. De komende jaren wordt het plan gefaseerd uitgevoerd. De huidige inschatting is dat er de komende 2 jaar voor een bedrag van 2 miljoen euro aan investeringen in diverse middelen voor rekening komen van Schiphol Group.

Compensatie Stikstofdioxide

In 2010 is het gewijzigde Luchthavenverkeerbesluit Schiphol (LVB) in werking getreden. Het LVB is gericht op de beheersing van de belasting van het milieu door het luchtverkeer van Amsterdam Airport Schiphol. Er zijn o.a. maatregelen opgenomen die de verwachte toename van de concentratie van stikstofdioxide compenseren. In het gewijzigde besluit is bepaald dat Schiphol Group jaarlijks, vanaf 2010, op 15-16 vliegtuigopstelplaatsen vaste stroomvoorzieningen en voorzieningen voor preconditioned air aanlegt. Sinds eind 2013 is het totaal aantal geëlektrificeerde vliegtuigopstelplaatsen 61. Hiermee heeft Schiphol voldaan aan de in 2010 gemaakte afspraken. In 2014 zullen nog 3 vliegtuigopstelplaatsen worden aangepast waarmee het totaal aantal geëlektrificeerde vliegtuigopstelplaaten op 64 komt. De huidige inschatting is dat er in het komende jaar nog voor 0,7 miljoen euro aan investeringen voor rekening zullen komen van Schiphol Group voor het aanleggen van de benodigde infrastructuur.

Tarieven

Door onjuiste opgaves en verschillen in haar passagiersgegevens meent KLM een nadelig financieel effect ondervonden te hebben sinds 2010 van 5,5 miljoen euro welke zij vordert op Schiphol. Schiphol is van mening dat deze verschillen meerdere malen zijn onderkend en vastgesteld. Schiphol heeft dit meerdere malen aangegeven bij KLM en meent dat zij op basis van de geldende Tarieven en Voorwaarden verschuldigd is tot een terugbetaling van 2,2 miljoen euro. In 2013 is een verplichting hiervoor opgenomen in de jaarrekening en het meerdere wordt door Schiphol afgewezen. KLM houdt haar vordering gestand.

easyJet heeft een klacht ingediend bij de ACM over de Tarieven en Voorwaarden 2009 met betrekking tot de differentiatie tussen tarieven voor transfer- en OD-passagiers. In april 2009 heeft de ACM de klacht van easyJet afgewezen. Ook het beroep van easyJet bij de rechtbank Rotterdam is afgewezen. Vervolgens heeft easyJet beroep aangetekend bij de Europese Commissie. Dit beroep is door de Europese Commissie afgewezen, op de grond dat de ACM reeds op de betreffende klacht heeft besloten. In juli 2013 heeft easyJet tegen dit besluit van de Europese Commissie beroep aangetekend bij het Europees Hof. Alhoewel Schiphol geen rechtstreekse partij is in deze zaak, is zij als belanghebbende wel toegelaten om te interveniëren. Er is geen schatting te geven van een mogelijk financieel effect. De procedure is nog aanhangig, zonder een eerste indicatie van het Europees Hof. De uitkomst is om die reden nog ongewis.

Tariefverplichting 2015

Schiphol heeft in het consultatieproces in 2013 ook reeds voor het jaar 2015 een tariefindicatie afgegeven. Deze indicatie betreft een gemiddelde tariefstijging van 1%, aan te passen voor effecten van verkeer en vervoerswijzigingen, de extra kosten voor de LAG’s security maatregelen en mogelijke verdere kostenaanpassingen zoals te bespreken in het consultatieoverleg in 2014.

Vernieuwing Grensmanagement (No-Q)

Schiphol Group en de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) van het Ministerie van Veiligheid en Justitie hebben medio 2009 besloten, als onderdeel van hun doorlopende samenwerking op het gebied van veiligheid en beveiliging op Amsterdam Airport Schiphol, een gezamenlijk programma Vernieuwing Grensmanagement te starten. Het programma heeft als doelstelling om bij te dragen aan veiligheid en kwaliteit en snelheid van dienstverlening door een effectief en efficiënt grenstoezichtproces te creëren, waarbij zoveel mogelijk gebruik wordt gemaakt van de inzet van zowel informatie gestuurd optreden op basis van vooraf ontvangen informatie over passagiers en hun bagage als het toepassen van nieuwe concepten voor automatische grenspassage. Schiphol Group en IND hebben eenmalige financiële bijdragen aan het programma toegezegd van maximaal 16,5 miljoen euro respectievelijk maximaal 10 miljoen euro voor het ontwikkelen en toepassen van een nieuw concept voor automatische grenspassage zoals dat thans wordt onderzocht en uitgewerkt in het project No-Q. Schiphol Group heeft eind 2012 afspraken gemaakt met IND over de periode 2012-2015 waarmee de initiële afspraken volledig zijn ingevuld. De intentie is aanwezig om ook na 2015 via gedeelde financiering automatische grenspassage voort te zetten.

Verontreiniging door bluswater

Het Hoogheemraadschap van Rijnland heeft in juli 2008 verontreinigd bluswater, dat bij een incident is vrijgekomen bij een KLM Hangar op Schiphol-Zuidoost, opgevangen en opgeslagen in door Schiphol beschikbaar gestelde bassins. Rijnland heeft daarvoor een vergunning van de provincie Noord-Holland gekregen. Ondanks verwijdering en zuivering van het verontreinigd bluswater in 2009, is later gebleken dat bodem en grondwater ter plaatse van de bassins verontreinigd zijn geraakt. Schiphol heeft als grondeigenaar van de bassins schade geleden door de verontreiniging. In 2011 heeft Rijnland het slib van de bassins verwijderd waardoor geen verdere verontreiniging via de grond plaatsvindt. Rijnland, KLM en Schiphol hebben in 2012 beheersmaatregelen uitgevoerd om verdere verspreiding van de verontreiniging (via grondwater) tegen te gaan door het plaatsen van een scherm rondom het verontreinigde gebied. Monitoring wijst uit dat het scherm adequaat functioneert. In 2013 is onderzoek uitgevoerd om de randvoorwaarden voor sanering vast te stellen. De watergangen van Schiphol, die bij hetzelfde incident verontreinigd zijn geraakt, zijn in het kader van het reguliere baggerprogramma schoon gemaakt. De meerkosten (voor afvoer en verwerking van het verontreinigde materiaal) ten opzichte van het reguliere baggerprogramma zijn bij KLM in rekening gebracht. Het waterzuiveringsbedrijf Evides heeft, voor de door dit incident eveneens verontreinigde installaties, in overleg met de gemeente Haarlemmermeer een monitoringprogramma opgesteld. Evides heeft met Schiphol en KLM contact gezocht om de verdere aanpak van het beheersen van de verontreiniging te bespreken. Eind 2013 is overleg gestart met het bevoegd gezag om de aanpak te toetsen aan wet- en regelgeving.

Convenant Reduceren risico vogelaanvaringen Schiphol

Op 16 april 2012 heeft Schiphol, samen met de vereniging van Nederlandse verkeersvliegers, vereniging Natuurmonumenten, Staatsbosbeheer en landschap Noord Holland, land- en tuinbouworganisatie Nederland, gemeente Haarlemmermeer, provincies Noord-Holland, Zuid-Holland en Utrecht, en Staat der Nederlanden het convenant Reduceren risico vogelaanvaringen Schiphol ondertekend. Met het ondertekenen van dit convenant verplichten de bovengenoemde partijen zich in te spannen om het convenant uit te voeren en te blijven participeren in de Nederlandse Regiegroep Vogelaanvaringen (NRV). Het doel van het convenant is in het gebied rond Schiphol jaarlijks reduceren van het risico van botsingen tussen vliegtuigen en vogels met daarbij specifiek aandacht voor ganzen. Middels de zogenaamde vier sporen aanpak wil de NRV het doel van het convenant realiseren. Deze vier sporen zijn 1) populatiebeheer, 2) teeltaanpassing, 3) aanpassing (natte) natuur en 4) inzet van techniek. Schiphol Group is in nauwe samenwerking met LVNL en KLM verantwoordelijk voor de ontwikkeling van het vierde spoor 'inzet van techniek'. Naar redelijkheid en billijkheid zullen de kosten voor de diverse maatregelen over de betrokken partijen worden verdeeld. De financiering van de uit te voeren maatregelen is een gezamenlijke verantwoordelijkheid. Schiphol draagt de kosten van het vogeldetectiesysteem en de monitoring van vogelaanvaringen en near misses.

Overige voorwaardelijke vorderingen en verplichtingen

Schiphol Group heeft een verplichting van 0,5 miljoen euro inzake Stichting het Schipholfonds.

Aan de provincie Noord-Holland is een bankgarantie verstrekt tot een bedrag van 2,3 miljoen euro met betrekking tot betalingsverplichtingen voortvloeiend uit het besluit ‘Opslaan in ondergrondse tanks’.

Inzake de cash collateral met JPMorgan heeft Schiphol Group een verplichting van 8,3 miljoen euro zijnde het verschil tussen de verplichting in de balans en het ontvangen bedrag als onderpand.

Daarnaast zijn nog diverse andere claims tegen N.V. Luchthaven Schiphol en/of haar groepsmaatschappijen ingediend en zijn geschillen aanhangig. Alle claims worden betwist. Over de claims en geschillen is door de vennootschap juridisch advies ingewonnen. De afloop van de onderhandelingen en/of procedures kan evenwel niet met zekerheid worden voorspeld. Dientengevolge is het op dit moment nog onvoldoende duidelijk of een en ander zal leiden tot daadwerkelijke verplichtingen voor de vennootschap en/of haar groepsmaatschappijen. Voor deze claims en geschillen is daarom per balansdatum geen voorziening opgenomen in de balans.

Voorts heeft de vennootschap claims ingediend respectievelijk geschillen aanhangig gemaakt bij derden. Op dit moment is nog onvoldoende duidelijk of de vennootschap wat betreft deze zaken in het gelijk zal worden gesteld. Dientengevolge zijn voornoemde vorderingen per balansdatum niet in de balans opgenomen.