Schiphol.nl   •   Contact

Jaarrekeningen

Home Jaarrekeningen Financiële jaarrekening Toelichting bij de geconsolideerde jaarrekening Toelichting op de geconsolideerde balans Overige voorzieningen

33. Overige voorzieningen

(in EUR 1.000)

2013

2012

Boekwaarde 1 januari

13.509

17.927

Specificatie van mutaties in het boekjaar

Onttrekking voorziening

- 2.003

- 4.418

Vrijval in winst- en verliesrekening

- 849

Totaal mutaties in het boekjaar

- 2.852

- 4.418

Boekwaarde 31 december

10.657

13.509

Terzake van de organisatieaanpassing uit 2009 resteert per 31 december 2013 nog een voorziening van 0,6 miljoen euro. De mutaties in 2013 hebben betrekking op deze voorziening.

Schiphol Group heeft een verplichting in het kader van enkele overige claims en geschillen. De terzake van deze claims en geschillen gezamenlijk getroffen voorziening van 10,0 miljoen euro is in 2013, evenals in 2012, ongewijzigd gebleven. De voornaamste hiervan betreffen de gevolgen van het bouwverbod dat vanaf 19 februari 2003 tot 28 juni 2007 voor het Groenenbergterrein van kracht was.

Bebouwing van het Groenenbergterrein door Chipshol zou de gebruiksmogelijkheden van de Aalsmeerbaan, naar de in 2003 beschikbare inzichten, ernstig kunnen verstoren. Door de toenmalige staatssecretaris van Verkeer en Waterstaat (nu Infrastructuur en Milieu) is daarom in februari 2003 voor dit terrein een bouwverbod ex. artikel 38 van de Luchtvaartwet (Lvw) afgekondigd. Dit is van kracht geweest tot in 2007. De economische eigenaar van het terrein (Chipshol) heeft in juni 2003 een claim voor schadeloosstelling ingediend bij Schiphol Group.

In haar eindvonnis van 30 januari 2008 heeft de rechtbank Haarlem de schadeloosstelling die Schiphol Group aan Chipshol moet betalen (op basis van artikel 50 Lvw) bepaald op 16,0 miljoen euro(vermeerderd met wettelijke rente). Ter voldoening aan een tussenvonnis heeft Schiphol Group - bij wijze van voorschot op de uiteindelijk vast te stellen schade - een bedrag van 19,0 miljoen euro (16,0 miljoen euro met rente) aan Chipshol betaald. Chipshol heeft ter afdekking van het restitutierisico van dit bedrag een bankgarantie ten behoeve van Schiphol Group moeten stellen van 21,5 miljoen euro. De Hoge Raad heeft op de cassatieverzoeken van beide partijen op 19 februari 2010 arrest gewezen en oordeelt dat het eindvonnis van de Rechtbank Haarlem d.d. 30 januari 2008 niet in stand kan blijven. De juiste hoogte van de te vergoede schade zal door het Hof Amsterdam dienen te worden vastgesteld. Het Hof te Amsterdam heeft op 27 december 2011 een tussenarrest gewezen waarin het de opdracht van de Hoge Raad om de belangrijkste openstaande punten verder te behandelen nauwkeuriger omschrijft en een aantal juridische vragen beantwoord.

Inmiddels is ook op cassatieverzoeken van partijen in de tegenvordering van Schiphol op Chipshol (Art. 55 Lvw) – die parallel is gevoerd met de Art. 50 Lvw - door de Hoge Raad op 22 februari 2013 arrest gewezen. De Hoge Raad heeft in lijn met zijn eerdere arrest beslist. Kort gezegd oordeelt het hoogste rechtscollege dat het geschil over de hoogte van de schade verder in één procedure beoordeeld dient te worden door het gerechtshof Amsterdam.

Daarnaast is de klacht die Chipshol in 2012 bij de ACM tegen Schiphol had ingediend, waarin misbruik van dominante marktmacht in de vastgoedsector werd gesteld, na uitvoerig onderzoek, inmiddels door deze autoriteit afgewezen. Het beroep tegen deze afwijzing bij de Rechtbank Rotterdam is voor Chipshol evenmin succesvol geweest. De rechtbank heeft op 21 november 2013 de klacht op alle onderdelen ongegrond verklaard. Chipshol heeft vervolgens beroep aangekondigd bij het College van Beroep voor het Bedrijfsleven.

In de procedure bij het gerechtshof Amsterdam zal dit rechtscollege aangeven wat de volgende procesacties zullen zijn.

Schiphol Group heeft een mededeling ontvangen van een Amerikaanse advocaat die optreedt namens Chipshol met een aankondiging van een mogelijke juridische procedure in de Verenigde Staten van Amerika. Schiphol Group ziet geen grond voor een juridische procedure in de Verenigde Staten van Amerika.

Gelet op het voorgaande is de directie van mening dat op dit moment de schatting die zij heeft gemaakt van de verplichtingen die Schiphol Group per saldo jegens Chipshol zal hebben, niet behoeft te worden herzien. Zij verwacht dat het uiteindelijke restbedrag aan schadeloosstelling dat Schiphol Group aan Chipshol verschuldigd blijkt inzake het Groenenbergterrein en/of aan anderen uit hoofde van claims de voorziening die terzake is getroffen niet zal overschrijden.