Schiphol.nl   •   Contact

Jaarrekeningen

Home Jaarrekeningen Financiële jaarrekening Toelichting bij de geconsolideerde jaarrekening Toelichting op de geconsolideerde balans Leningen en derivaten

30. Leningen en derivaten

(in EUR 1.000)

Aflossing in

Rente

Valuta

Nominaal

(in 1.000)

Referentie afdekking

2013

2012

XS0171966269

2013

4,38%

EUR

175.929

-

175.848

XS0399674216

2014

6,63%

EUR

370.704

B

370.634

369.885

XS0495479555

2016

4,46%

EUR

50.000

49.957

49.942

XS0459479472

2016

4,28%

EUR

15.000

14.966

14.953

XS0167622454

2018

5,16%

EUR

30.000

29.969

29.961

XS0459479399

2019

4,94%

EUR

50.000

49.882

49.862

XS0459442710

2019

4,97%

EUR

85.000

84.901

84.884

XS0621167732

2021

4,43%

EUR

438.447

412.136

408.548

XS0378569247

2038

3,16%

JPY

20.000.000

A

137.686

174.439

XS0983151282

2025

3,08%

EUR

40.000

39.921

-

XS0997565436

2025

2,94%

EUR

30.000

29.931

-

EMTN programma

1.219.983

1.358.322

Namensschuld-verschreibung

2023

5,07%

EUR

25.000

24.643

- 100

XF0000NS4ET7

2016

5,38%

EUR

84.000

83.858

83.789

XF0000NS4FH9

2016

5,45%

EUR

40.000

39.963

39.946

XF0000NS4FX6

2016

5,16%

EUR

10.000

9.991

9.987

XF0000NS4DN2

2019

5,75%

EUR

50.000

49.353

49.226

XF0000NS4PP1

2019

5,50%

EUR

11.000

10.843

10.813

Schuldschein

194.008

193.761

2009-0720

2031

3,95%

EUR

180.000

157.500

166.500

2012-0681

2025

2,12%

EUR

170.000

170.000

-

Europese Investeringsbank

327.500

166.500

Handelsbanken

2016

Euribor + opslag

EUR

109.468

D,E,F,I

109.266

109.186

Leningen AREB C.V.

109.266

109.186

(in EUR 1.000)

Aflossing in

Rente

Valuta

Nominaal (in 1.000)

Referentie afdekking

2013

2012

Avioport fase 2

2014

Euribor + opslag

EUR

21.750

14.395

14.395

Avioport fase 1

2014

Euribor + opslag

EUR

28.000

28.000

28.000

Eindhoven Airport

EUR

15.000

15.000

-

Overige

2.059

16.157

Overige leningen

59.454

58.552

Totaal leningen

1.934.854

1.886.220

Het kortlopende deel van de leningen per 31 december 2013 van 420,4 miljoen euro (per 31 december 2012: 191,5 miljoen euro) is verantwoord onder de kortlopende verplichtingen.

In 1999 is door Schiphol Group een Euro Medium Term Note (EMTN) programma gestart, waaronder tot een maximum van EUR 2 miljard aan obligaties kunnen worden uitgegegeven, mits het prospectus jaarlijks wordt geactualiseerd. Het prospectus is in 2013 geactualiseerd. Ultimo 2013 is voor een totaal van 1.220,0 miljoen euro (per 31 december 2012: 1.358,3 miljoen euro) opgenomen. Schiphol Group kan onder het EMTN programma verplicht worden tot vervroegde aflossing onder omstandigheden die in dat kader als gebruikelijk kunnen worden aangemerkt. Gedurende 2013 is van dergelijke omstandigheden geen sprake geweest.

In juni 2008 heeft Schiphol Group, in aanvulling op het bestaande EMTN programma, een Euro-Commercial Paper (ECP) programma gestart met een limiet van 750 miljoen euro. Op 31 december 2013 staan geen kortlopende leningen uit onder het ECP programma.

Schiphol Group heeft een Namensschuldverschreibung aangetrokken waarmee per 2013 een financiering van 25 miljoen euro is zeker gesteld tegen een vast renteniveau (5,072%).

Schiphol Group heeft voor een nominaal bedrag van 195 miljoen euro aan Schuldschein-papier uitgegeven (vastrentende leningen met looptijden van 7 en 10 jaar). De Schuldschein documentatie bevat in beginsel dezelfde convenanten als het EMTN programma en bevat daarbij een 'change of control' clausule in combinatie met een 'downgrade below investment grade' voor vervroegde aflossing.

In 2010 heeft Schiphol Group een overeenkomst gesloten met de Europese Investeringsbank voor een faciliteit van 350 miljoen euro. In 2013 heeft Schiphol Group het nog beschikbare deel van 170 miljoen euro onder deze lening opgenomen en in totaal is nu het maximaal mogelijke bedrag van 350 miljoen euro onder deze faciliteit opgenomen (waarop inmiddels 22,5 miljoen euro is afgelost). Schiphol Group kan verplicht worden tot vervroegde aflossing van de lening indien (naast de in dat kader gebruikelijke omstandigheden) andere leningen vervroegd worden afgelost of indien het eigen vermogen minder dan 30% van de activa bedraagt. Additionele zekerheden worden verlangd indien de credit rating BBB of lager is (S&P) of Baa2 of lager (Moody’s). De lening kent daarnaast een 'change of control' clausule.

In aanvulling op de faciliteit met de Europese Investeringsbank van 350 miljoen euro heeft Schiphol Group in 2013 wederom een overeenkomst gesloten met de Europese Investeringsbank voor een faciliteit van 200 miljoen euro. De voorwaarden voor de lening zijn vergelijkbaar met de faciliteit van 350 miljoen euro van de Europese Investeringsbank. Onder deze lening zijn in 2013 nog geen bedragen opgenomen.

Schiphol Group heeft eveneens een overeenkomst gesloten met de KfW IPEX-Bank voor een faciliteit van 150 miljoen euro. Ook onder deze lening zijn in 2013 nog geen bedragen opgenomen. Wel is de verplichting aangegaan 100 miljoen euro per medio januari 2014 op te nemen. Onder het EMTN programma zijn een tweetal zogenoemde private placements geplaatst van respectievelijk 40 miljoen euro en 30 miljoen euro , beide met een looptijd van 12 jaar.

Voor zowel de opgenomen leningen onder het EMTN programma, het ECP programma, de faciliteit bij de Europese Investeringsbank als de faciliteit bij KfW IPEX-Bank geldt geen achterstelling ten opzichte van andere verplichtingen en de mogelijkheid tot vrijwillige vervroegde aflossing.

AREB C.V. heeft een doorlopende kredietfaciliteit (revolving credit facility) van 195 miljoen euro met Svenska Handelsbanken gesloten. Deze faciliteit heeft een resterende looptijd van 2 jaar en 6 maanden. Per heden is 179 miljoen euro getrokken op deze faciliteit (aandeel Schiphol Group EUR 109,5 miljoen). De lening is een hypothecaire lening. Voor deze lening geldt een verplichting tot vervroegde aflossing indien de financiering meer dan 60% bedraagt van de taxatiewaarde van de gefinancierde objecten. Tot meerdere zekerheid van de aflossing heeft AREB C.V. aan Svenska Handelsbanken op de vorderingen het pandrecht verleend betreffende de titel van verhuur en huur, die het fonds heeft op de huurders van de in bezit zijnde objecten per balansdatum. AREB C.V. heeft tevens alle bestaande en toekomstige huurvorderingen met betrekking tot het object verpand, die reeds voor verpanding vatbaar zijn. Verder heeft AREB C.V. alle claims en alle rechten uit verzekeringen met betrekking tot de objecten verpand.

Avioport SpA (een 70% dochteronderneming van Schiphol Group) heeft een hypothecaire lening met Banca Popolare Italiana tot een totaalbedrag van 49,8 miljoen euro (28,0 miljoen euro voor fase 1 en 21,8 miljoen euro voor fase 2) met een looptijd tot 30 juni 2014. Per 31 december 2013 was hiervan opgenomen 42,4 miljoen euro (28,0 miljoen euro voor fase 1 en 14,4 miljoen euro voor fase 2). Als onderpand voor fase 1 gelden de gebouwen, de aandelen en de huurinkomsten, voor fase 2 het gehele project.

Schiphol Group heeft de beschikking over een gesyndiceerde en gecommitteerde doorlopende kredietfaciliteit voor een bedrag van 300 miljoen ero met een looptijd tot 2016. Onder deze faciliteit is niet getrokken. Daarnaast heeft Schiphol Group de beschikking over een bilaterale en gecommitteerde kredietfaciliteit van 100 miljoen euro met een looptijd tot 1 januari 2015 welke is overeengekomen met Bank Nederlandse Gemeenten. Onder deze faciliteit is eveneens niet getrokken.

Van het totale bedrag aan leningen is 138 miljoen euro opgenomen in Japanse Yen (JPY 20 miljard). In lijn met het beleid Financieel Risico Management zijn ter afdekking van de door variabele rente en vreemde valuta aanwezige risico’s renteswaps, valutaswaps en in enkele gevallen gecombineerde cross-currency swaps afgesloten op de leningen. De aangegane transacties komen in beginsel op relevante kenmerken zoals looptijd, omvang en dergelijke volledig overeen met de onderliggende leningen en hedgen de posities naar euro en/of vaste dan wel gemaximeerde rente. Alle afdekkingtransacties worden verantwoord als zijnde kasstroomafdekkingen.

De derivaten betreffen de volgende contracten, waarbij de referenties verwijzen naar de gerelateerde leningen in het voorgaande overzicht:

Nominaal

Reële waarde in EUR 1.000 per

Referentie

Wederpartij

Type

Rente

Valuta

(in 1.000)

Looptijd

31 December 2013

31 December 2012

A

JPMorgan

Valuta-renteswap

3,16%

JPY

20.000.000

2038

- 1.668

- 22.851

RBS

Renteswap

4,03%

EUR

370.000

2024

-

74.612

B

RBS

Renteswap

4,03%

EUR

200.000

2024

33.429

-

JPMorgan

Renteswap

3,93%

EUR

150.000

2023

-

31.217

C

SHB

Renteswap

3,02%

EUR

24.461

2017

1.787

2.543

D

SHB

Renteswap

2,90%

EUR

24.461

2017

1.702

2.429

E

SHB

Renteswap

3,47%

EUR

24.461

2016

2.115

2.988

BPL

Renteswap

4,32%

EUR

21.000

2013

-

682

F

RBS

Termijn-transactie

n.v.t.

AUD

99.200

2014

- 13.017

-

JPMorgan

Termijn-transactie

n.v.t.

AUD

116.500

2013

-

903

G

SHB

Renteswap

0,80%

EUR

35.469

2016

223

493

Totaal

24.571

93.016

Verantwoord in de balans onder:

Vaste activa

- 1.668

- 22.851

Vlottende activa

- 13.017

-

Langlopende verplichtingen

5.827

114.281

Kortlopende verplichtingen

33.429

1.586

24.571

93.016

Het risico dat Schiphol Group loopt op de cross-currency swap (referentie A) wordt gemitigeerd middels een 'cash collateral' overeenkomst met JPMorgan, die voor beide partijen resulteert in een maximale netto positie, die afhankelijk is van de credit rating van beide partijen. Indien de credit rating van een van beide partijen verlaagd wordt, daalt tevens de maximale netto positie op die partij. Volgens de 'cash collateral' overeenkomst wordt het verschil tussen de marktwaarde van de swap en de van toepassing zijnde maximale netto positie wekelijks per bank betaald.

Per 31 december 2013 bedroeg de maximale netto positie van beide partijen 10 miljoen euro (per 31 december 2012 10 miljoen euro) en bedroeg de marktwaarde van de swap circa 1,67 miljoen euro (per 31 december 2012 22,9 miljoen euro) in het voordeel van Schiphol Group. Per 31 december 2013 was er geen onderpand (per 31 december 2012 27,0 miljoen euro) per bank door JPMorgan aan Schiphol Group betaald.

Referentie B betreft een forward-starting interest rate swap waarmee voornamelijk de renteniveaus zijn vastgelegd waartegen een in 2014 nog uitstaande EMTN lening geherfinancierd kan worden.

In 2013 is een forward starting interest rate swap van 150 miljoen euro afgewikkeld en is de forward starting interest rate swap zoals vermeld in referentie B deels afgewikkeld van de oorspronkelijke omvang van 370 miljoen euro naar 200 miljoen euro .

Referentie C, D, E en G betreffen 4 interest rate swaps waarmee de renteniveaus vrijwel volledig zijn vastgelegd waartegen AREB C.V. is gefinancierd.

Referentie F betreft het derivaat ter afdekking van omrekeningsverschillen op de Redeemable Preference Shares zoals verantwoord onder de vorderingen op deelnemingen.

De rentepercentages vermeld bij de valutaswaps, renteswaps en de cross-currency swap betreffen de vaste rente die op de betreffende swaps aan de wederpartij dient te worden betaald, tegen ontvangst van de wederpartij van de variabele (of vaste) rente die Schiphol Group op haar beurt dient te betalen op de betreffende leningen.

Het deel van de leningen met een looptijd korter dan een jaar is opgenomen onder de kortlopende verplichtingen. De resterende looptijd van de leningen per 31 december 2013 is als volgt:

(in EUR 1.000)

Totaal

<= 1 jaar

> 1 jaar

> 1 jaar en
<= 5 jaar

> 5 jaar

EMTN programma

1.219.983

366.950

853.033

80.334

772.699

Namensschuldverschreibung

24.643

- 39

24.682

- 155

24.837

Schuldschein

194.008

- 247

194.255

133.275

60.980

Europese Investeringsbank

327.500

9.000

318.500

36.000

282.500

KfW

- 375

- 188

- 187

- 150

- 37

Leningen AREB C.V.

109.266

-

109.266

109.266

-

Overige leningen

59.829

42.770

17.059

17.210

- 151

Totaal leningen

1.934.854

418.246

1.516.608

375.780

1.140.828

De totale boekwaarde van de leningen (tegen geamortiseerde kostprijs) staat in de volgende verhouding tot de reële waarde:

(in EUR 1.000)

Boekwaarde
31 december 2013

Reële waarde
31 december 2013

EMTN programma

1.219.983

1.362.652

Namensschuldverschreibung

24.643

29.663

Schuldschein

194.008

219.194

Europese Investeringsbank

327.500

325.107

KfW

- 375

-

Leningen AREB C.V.

109.266

115.426

Overige leningen

59.829

42.592

Totaal leningen

1.934.854

2.094.634

(in EUR 1.000)

Boekwaarde
31 december 2012

Reële waarde
31 december 2012

EMTN programma

1.358.322

1.557.861

Namensschuldverschreibung

- 100

3.440

Schuldschein

193.761

242.042

Europese Investeringsbank

166.500

204.999

Leningen AREB C.V.

109.186

115.282

Overige leningen

58.552

58.552

Totaal leningen

1.886.221

2.182.176

De reële waarde wordt geschat door de toekomstige contractuele kasstromen te verdisconteren tegen de op dat moment gangbare marktrente die voor de geldnemer en voor vergelijkbare financiële instrumenten van toepassing is.

Het verloop van de leningen gedurende het boekjaar was als volgt:

(in EUR 1.000)

Leningen > 1 jaar

Leningen <= 1 jaar

Totaal

Boekwaarde 31 december 2011

1.773.877

101.834

1.875.711

Specificatie van mutaties in 2012

Nieuw opgenomen

126.651

-

126.651

Rentebijschrijving

78

-

78

Overboekingen naar kortlopende verplichtingen

- 184.613

184.613

-

Aflossing

-

- 94.937

- 94.937

Omrekeningsverschillen

- 26.186

-

- 26.186

Overige mutaties

4.904

-

4.904

Totaal mutaties in het boekjaar

- 79.166

89.676

10.510

Boekwaarde 31 december 2012

1.694.711

191.510

1.886.221

Specificatie van mutaties in 2013

Nieuw opgenomen

271.758

-

271.758

Overboekingen naar kortlopende verplichtingen

- 419.802

419.802

-

Aflossing

-

- 191.664

- 191.664

Omrekeningsverschillen

- 36.763

-

- 36.763

Overige mutaties

4.555

747

5.302

Totaal mutaties in het boekjaar

- 180.252

228.885

48.633

Boekwaarde 31 december 2013

1.514.459

420.395

1.934.854

De financiële instrumenten van Schiphol Group betreffen de in deze paragraaf toegelichte leningen en derivaten alsook de vorderingen op geassocieerde deelnemingen (zie toelichting 20), leningen (zie toelichting 21), handels- en overige vorderingen (zie toelichting 24), liquide middelen (zie toelichting 25), enkele posten onder de overige langlopende verplichtingen (zie toelichting 34) en de handels- en overige schulden (zie toelichting 36).