Schiphol.nl   •   Contact

Jaarrekeningen

Home Jaarrekeningen Financiële jaarrekening Toelichting bij de geconsolideerde jaarrekening Gerelateerde partijen Bestuurders

Bestuurders

De bezoldigingen van bestuurders wordt conform art 2:383c BW toegelicht. De periodiek betaalde beloningen betreft het totaal van het bruto salaris en vakantiegeld. 

(x EUR 1)

2013

2012

J.A. Nijhuis RA

384.711

384.711

drs. M.M. de Groof

300.512

300.512

drs. E.A. de Groot

325.000

243.750

mr. A.P.J.M. Rutten

300.512

300.512

dr. P.M. Verboom

-

175.299

Totaal

1.310.735

1.404.784

Op basis van de uitkomsten van de beoordeling door de Raad van Commissarissen van de mate waarin de doelstellingen zijn gerealiseerd is wat betreft de variabele beloning (korte termijn) over 2013, de onderstaande beloning ten laste van het resultaat over 2013 gebracht. De variabele beloning (korte termijn) voor de heer Nijhuis is vastgesteld op 40,0% van het vaste inkomen, voor de heren De Groof en Rutten op 38,8% van het vaste inkomen en voor mevrouw de Groot op 20,9% van het vaste inkomen. De regeling van mevrouw De Groot wijkt af van de bestaande regeling en loopt vooruit op het toekomstige beloningsbeleid.

(x EUR 1)

2013

2012

J.A. Nijhuis RA

153.884

115.413

drs. M.M. de Groof

116.448

85.145

drs. E.A. de Groot

67.773

39.382

mr. A.P.J.M. Rutten

116.448

85.145

dr. P.M. Verboom

-

61.355

Totaal

454.554

386.440

Voor de directieleden geldt ook een variabele beloningsregeling die ziet op de bedrijfsresultaten gemeten over een langere termijn (long Term Incentive, hierna: “LTI”). De LTI wordt gemeten over een referentieperiode van drie jaar en kent een ‘on target’ uitkeringsniveau van 35% van het vaste inkomen.

De LTI is gebaseerd op het door de RvC goedgekeurde meerjaren Tactisch Plan en de daarin opgenomen Economic Profit (EP) doelstelling. Afhankelijk van de mate waarin de cumulatieve EP over een periode van drie boekjaren is behaald, vindt uitkering plaats van de LTI. Als de cumulatieve EP de ‘begrote’ EP met meer dan 10% overschrijdt, kan het uitkeringsniveau worden verhoogd naar 52,5% van het vaste inkomen.

Voor de CFO geldt, in afwijking van de bestaande LTI-structuur, dat de ‘on target’ waarde van de LTI-uitkering 17,38% van het vaste inkomen bedraagt en maximaal (bij een targetoverschrijding van 20% of meer) 27,04% kan bedragen. Daarnaast is de referentieperiode verruimd naar vier jaar. Dit betekent dat de hoogte van de uitkering bepaald wordt op basis van een geconsolideerde reeks van vier opeenvolgende EP resultaten en dat een eventuele uitkering daarmee ook pas na vier jaar wordt vastgesteld.

Aan het einde van elk jaar wordt een schatting gemaakt van de na afloop van de referentieperiode te betalen variabele beloning (langetermijn). Hiervan wordt gedurende de referentieperiode jaarlijks een evenredig deel ten laste van het resultaat van het betreffende jaar verantwoord. Betaling vindt uitsluitend plaats indien de bestuurder na de periode van drie jaren of vier jaren nog in dienst is. Wanneer de arbeidsovereenkomst in onderling overleg wordt beëindigd, wordt de toekenning pro rata vastgesteld. Ook is het mogelijk in dat geval de toekomstige toekenning op voorhand vast te stellen en uit te betalen.

De prestatiecontracten met ieder van de directieleden bevatten een ‘claw-back’-clausule (Corporate Governance Code bepaling II.2.11) en de mogelijkheid voor de Raad van Commissarissen variabele beloning in bepaalde gevallen achteraf bij te stellen (Corporate Governance Code bepaling II.2.10).

Wat betreft de variabele beloning (langetermijn) geeft de beoordeling door de Raad van Commissarissen van de ontwikkeling in de Economic Profit aanleiding tot verantwoording van een voorziening voor personeelsbeloningen per 31 december 2013 van

  • de volledige variabele beloning (langetermijn) 2011 (referentieperiode 2011-2013) met een swing factor van 1,5

  • twee derde deel van de variabele beloning (langetermijn) 2012 (referentieperiode 2012-2014) met een swing factor van 1,0 en

  • één derde deel van de variabele beloning (lange termijn) 2013 (referentieperiode 2013-2015) met een swing factor van 1,0

Vorenstaande geeft aanleiding tot de volgende kosten ten laste van het boekjaar:

(x EUR 1)

2013

2012

J.A. Nijhuis RA

198.977

198.644

drs. M.M. de Groof

155.529

155.169

drs. E.A. de Groot

37.917

-

mr. A.P.J.M. Rutten

155.529

155.169

dr. P.M. Verboom

-

165.236

Totaal

547.951

674.218

In 2013 heeft uitbetaling plaatsgevonden van de reeds gereserveerde variabele beloning (langetermijn) 2010. Deze uitbetaling is dan ook niet ten laste van het resultaat over 2013 gekomen. In 2014 vindt uitbetaling plaats van de gereserveerde variabele beloning (langetermijn) 2011 die betrekking heeft op de economic profit in de driejarige periode 2011, 2012 en 2013. De heer Verboom blijft tot 31 december 2014 verbonden aan Schiphol Group als adviseur voor primair de activiteiten in Brisbane, hij ontvangt hiervoor een vaste vergoeding van 100.000 euro.